Met deze anekdote illustreert Jonathan Veen de thema’s die het interview aanraakt: Gods werk, lokale kerken en de vereniging Absens Carens. Van deze vereniging, die sinds afgelopen april aspirant-lid van IFES is, was Jonathan voorzitter. ‘Absens Carens in drie woorden? Christelijk, hecht en studentikoos. Bij ons voelt iedereen zich gezien.’
Dat gunt Jonathan iedere student: onderdeel zijn van een hechte club, waar je vrienden voor het leven mag maken. ‘Een studentenvereniging is in feite een groot spel dat je met elkaar speelt. Dat spel kan je een beetje beïnvloeden. Dat maakt dat je nieuwe dingen leert. Soms stuur je een beetje bij en hoor je applaus en soms geef je een ruk aan het stuur en zijn er minder mensen blij.’
Zo verandert de vereniging met haar leden mee, net als een kerkelijke gemeenschap. De basis blijft overeind, maar er verandert wel iets met het verstrijken van de tijd. Jonathan ziet meer parallellen tussen kerken en verenigingen: ‘De kerk is het huis van God en de studentenvereniging moet dat ook zijn. Een plek waar mensen meer leren over zichzelf, over God en over hun relatie met Jezus.’
Volgens hem moeten kerken en verenigingen elkaar meer opzoeken en hebben ze elkaar iets te bieden. ‘Tieners en jongeren zijn niet heel erg happig voor de kerk. Ze willen graag gezellig met leeftijdsgenoten optrekken.’ Juist dat kan een studentenvereniging bieden. ‘Daarin is het heel goed om te kiezen voor een christelijke studentenvereniging, zodat je God niet uit het oog verliest.’ Omgekeerd moedigen de leden van Absens Carens elkaar juist ook weer aan om de lokale kerken te bezoeken én organiseren ze activiteiten samen met de lokale kerk.
Zoals Jonathan zegt: ‘samen mogen we Hem volgen.’ Hij vergelijkt het leven met een reis: ‘Het is mooi als je die reis met God maakt. In je jongvolwassen jaren zijn er veel dingen die op je afkomen. Je moet besluiten maken die best wel wat impact kunnen hebben en daarin is het heel fijn dat je dat samen kan doen met Hem en mensen zoals IFES.’







